We beleven nu al een aantal weken een prachtige (voor)zomer. Vele dagen achtereen is de temperatuur rond de 25 graden en daar heeft iedereen zijn eigen mening over.

Het is te warm , het is te droog, de natuur is van slag. Dat laatste lijkt inderdaad wel het geval te zijn. De asperges zijn in jaren niet zo voordelig geweest als dit jaar, want ze groeiden veel te vroeg en veel te snel. Vorige week keek ik naar een boom in blad, in de tuin van onze buren. Ik zag een aantal verkleurende blaadjes. Van groen naar echt herfstrood.

Tegenhanger van warmte en droogte is uiteraard het water. Er is water nodig om af te koelen, om te drinken, om je op te frissen, om de tuin te sproeien, om de auto te wassen. Maar ook het water wordt schaars, rivierbeddingen staan droog en voor  het gebruik van kraanwater worden adviezen gegeven, zodat wij er verantwoord mee om gaan.

In andere delen van de wereld, zelfs ook in Europa, heeft het water voor een groot aantal mensen nóg een betekenis. Naast verkoeling, dorstlesser en verfrissing is water voor hen een vluchtweg.

En zo komt het dat er dit jaar een aantal boten vol met vluchtelingen naar een overkant varen. En is het een aantal keren gebeurd dat het land waar zij aankwamen, hen weigerde. De boot moest doorvaren, bleef dobberen, wachtend op een land waar de opvarenden wel van boord konden om veiligheid te zoeken, en ja, ook om zich op te frissen en de dorst te lessen. Zaken die voor ons zo gewoon zijn .

Als ik hier over nadenk, bekruipt mij een soort plaatsvervangende schaamte. Waar wij ons druk maken over wel of geen planten water geven, wel of niet de auto wassen, kunnen anderen niet uit het water om aan veilig land te komen.

Misschien moeten we nog beter leren relativeren en oog blijven houden voor wat er dichtbij en verder weg om ons heen gebeurt.

 

Namens de redactie,